Annika Cannaerts

Verhalen

Henk Van Rensbergen, Abandoned places

Na het laatste lesuur besliste ze om het bureau, dat al dertig jaar vooraan in het midden van haar klaslokaal stond, tegen het raam te zetten. De planten op de vensterbank kieperde ze een voor een in de vuilniszak, zodat ze ruim zicht had op de speelplaats. De bureautafel leek groter nu en ze vroeg zich af hoe dat kwam. Gisteren had ze ook al de drang gevoeld om dingen weg te gooien. De stapel correctiewerk was het enige dat er nog lag, maar die leek onvolledig. En waar was de nietjesmachine naartoe?

Ze ging op de stoel zitten en trok de bovenste bureaulade open. Ze beheerste zich en klapte de lade weer dicht. In de onderste lade vond ze cadeautjes van ouders en een aansteker, uit de tijd dat ze nog rookte. Een van de geurkaarsjes zette ze op de plaats van het pak correctiewerk, dat ze in de bovenste lade propte.

Ze stak het kaarsje aan en keek naar de lege speelplaats en de omringende gebouwen die zo hoog leken als je daar beneden stond. Vanuit haar raam op de tweede verdieping leek je niet ingesloten en vulde het beeld zich met twee derde lucht. Het was een grijze dag en donkere wolken joegen over de lege schoolgebouwen. In de struiken aan de overkant van de speelplaats zag ze opeens iets bewegen. Een dier?

Waarom had ze nooit eerder uit het raam gekeken? Vorige zondag was het begonnen. Zonder dat ze dat echt van plan was geweest, was ze naar de Scheldekaaien gefietst. Na het laatste zitbankje aan het water, was ze op een van de bolders aan de Schelde gaan zitten. Daar had ze nog uren naar het stromende Scheldewater gekeken, tot het donker werd en het water zwart.

Op mistige ochtenden, toen ze zelf de leeftijd had van haar leerlingen, had ze hier vaak gezeten, meestal niet nuchter, en nooit alleen. Wat was er van de anderen geworden? Hoewel ze weinig van elkaar wisten, woonden ze samen in hetzelfde hol, een kraakpand in de Bogaerdenstraat. Soms kwam er een nieuw jong aan en verdween er een ander.

’s Nachts zwierven ze door de stad als een roedel straathonden. Als de ochtend bijna aanbrak, eindigden ze vaak hier, aan het water, en keken naar de boten die voorbijgleden in het ochtendlicht. Als ook de stad brommend tot leven kwam en oplichtte, gingen ze soms kijken naar de lange colonne mensen die zo duidelijk hun weg wisten, als mieren.

Overdag sliepen ze hun roes uit en warmden ze de etensresten op die de stad voor hen ’s nachts had achtergelaten. De oudste, Ruud, had een gitaar en speelde overdag op straat geld bijeen om de voorraad Afghaan te bekostigen.

Als ze hen vergeleek met de jongeren die nu bij haar in de klas zaten, kon ze het bijna niet geloven dat zij toen al zo jong op drift waren. Ze waren welpen geweest, nog maar pas volgroeide jongen. Nu zou een troep maatschappelijk werkers, leerlingbegeleiders en zorgleerkrachten hen opjagen tot ze gedomesticeerd waren. Childfocus zou niet ingeschakeld worden, dacht ze bitter. Ze werden niet gemist of waren niet vermist.

Ze ging dichter bij het raam staan en keek naar de lege speelplaats. Niets is zo stil als een verlaten schoolgebouw. Het was een lelijk gebouw, met oude aluminium ramen en vergeelde muren. Als het Open dag was, werden er altijd grote planten voor een dag gehuurd, die de argeloze bezoeker moesten doen geloven dat er hier dingen groeiden. Veel nieuwe collega’s gedijden hier niet. Toen ze aan Olivia, naar wie ze altijd uitkeek in de leraarszaal, had gevraagd naar de reden van haar vertrek, had die geantwoord: ‘De kilte hier. Die kilte lijkt wel uit de muren te stralen.’ Ze keek naar de muren van haar klaslokaal, waar kleurrijke gedichten, tekeningen en teksten van leerlingen aan de muur hingen, maar het had niet geholpen. Er ontbrak nog steeds iets.

Met opgetrokken knieën ging ze zitten op de vensterbank. Eigenlijk was het vrijdag al begonnen, dacht ze. Ze had het niet zien aankomen. Je zou toch denken dat ze tegen een stootje kon, met haar geschiedenis. Heel de vrijdag voor de kerstvakantie had ze individuele gesprekken met leerlingen gevoerd. De nieuwe directrice probeerde met man en macht de kilte uit dit gebouw te verdrijven met onder andere de invoering van de zogenaamde groeigesprekken. Het welbevinden van de leerling en vooral de mens achter de leerling, stond centraal. Een lijst met vierendertig vragen moest de ziel van de leerling in kaart brengen. Niet alleen schoolresultaten, ook de ziel kon geremedieerd worden. Voelden ze zich wel goed in de klasgroep? En op de speelplaats? Vergeleken ze zichzelf niet te veel met anderen? Waar werden ze blij van? Wat maakte hen somber? Wat zouden ze willen veranderen in hun leven? De meeste leerkrachten vonden het maar niks: waren zij opgeleid tot psycholoog misschien? En alweer een taak erbij waar geen tijd voor was? Ze deed nooit mee met het gezeur. Niet zeuren, maar doen, dat had haar al ver gebracht.

Met stijgende verbazing en mateloze bevreemdende bewondering had ze de groeigesprekkenmeisjes één voor één aanhoord. Ze had verwacht dat er enige terughoudendheid zou zijn vanuit de meisjes, maar ze hadden honderduit verteld en hun stemmen hadden als helder water tegen de muren van het klaslokaal geklaterd. Het was steeds hetzelfde verhaal: het enige wat echt telde, waren de vriendinnen, de verzekerde plaats in de veilige roedel. Dat was een bevochten plaats die ze met glans maar niet zonder strijd hadden ingenomen. De punten waren uitstekend, de ouders tevreden, en toch zouden ze nog beter kunnen, zeiden ze met een verscheurende onzekerheid in hun ogen. Toch waren er ook dingetjes gebeurd die hen voorgoed gebrandmerkt hadden. Een ex-stiefmoeder had lang geleden gesuggereerd dat ze dom waren. Een papa was liever uit dan thuis geweest. Een meisje uit het vriendinnengroepje had zo’n goede punten dat ze dat onmogelijk ooit konden evenaren. Ze zouden nooit goed genoeg zijn. De ouders maakten zich zo’n zorgen. Was hun meisje niet te perfectionistisch? Hoe konden ze voorkomen dat deze engel niet van zichzelf zou houden? Kon ik een therapie voor hooggevoelige pure meisjes aanraden?

Ze had geluisterd, meegeleefd en hen een goed gevoel gegeven. Het waren geslaagde groeigesprekken geweest.

Onmiddellijk erna al probeerde ze de schade op te meten, en die was verwoestend. De drang om iets stuk te maken was bijna onbedwingbaar deze keer. Ze had het plakhout van de zijkanten van het bureau gekrabd, tot er een splinter onder haar nagel zat.

Was zij ooit zo’n lieflijk en zuiver meisje geweest? Een even kwetsbaar vogeltje? Een meisje is zo gauw uit haar evenwicht. Dat had ze nooit beseft. Hoe had ze dat dan allemaal kunnen overleven? Mijn god, wat deed ze hier al 30 jaar? De leraar, toonbeeld van normaliteit.

Iets onverzettelijks was in haar ontloken. Ze wou blijven zitten, kijken hoe de nacht viel. Dit lokaal, dit gebouw, waar ze zich nooit veilig had gevoeld, voor het eerst sinds 30 jaar de nacht zien ingaan. Het voelde vertrouwder dan overdag, als de roedel collega’s kakelend de gangen en de leraarszaal rondtrokken. De nacht was altijd meer van haar geweest dan de dag. Het meest revolutionaire dat ze hier gedaan had, was haar bureau verzetten, dacht ze bitter. Ze hoorde de rammelende sleutelbos van de conciërge op de gang, die altijd als laatste de school afsloot, en gleed stilletjes van de vensterbank af. Ze blies het kaarsje uit en hield zich stil.

Aan de overkant van de speelplaats zag ze nu duidelijk het hoofd van een jongen uit het struikgewas steken. Hij tuurde naar alle uithoeken van de speelplaats en kroop dan terug in zijn holletje. Ze keek op haar horloge: het oudercontact was al lang afgelopen. Alle lokalen in de zijgebouwen waren donker en verlaten, iedereen was naar huis. Wat deed hij daar? Wachtte hij op iemand? Hij leek te oud om verstoppertje te spelen. Ze ging weg bij het raam en ging op haar stoel zitten, zodat hij haar niet kon zien.

Het verbaasde haar nog steeds dat leerlingen de discipline hadden om elke dag op tijd op te staan en naar school te gaan, een hele dag lang. Ze was nog steeds verwonderd als ze hun huiswerk hadden gemaakt, hun lessen geleerd, tranen hadden over slechte punten. Die goedhartigheid, dat vertrouwen, die heldere stemmen. De leerkrachten vonden dat vanzelfsprekend, maar zij niet. Veel van die meisjes hadden ook echt elfennamen: Errin, Inti, Juta, Ayla, Lura. ‘Jullie zijn mijn elfenklasje’, had ze gezegd. En ze hadden gegiecheld: ‘Mevrouw, wij elfen komen u redden van de boze computer! ’Er was toch iets goed gegaan hier, dacht ze, in dit gebouw dat aan een gevangenis deed denken.

Ze kon zich geen enkele leerkracht of volwassene herinneren die het vroeger een moer kon schelen hoe het met haar ging, waar ze uithing, of ze naar school ging of niet. De zogenaamde hulpverleners waren nog het onverschilligst van iedereen geweest. Zou Ruud nog leven? Waarschijnlijk niet, dacht ze.

Zij was toen de enige geweest van de troep Scheldejongeren die later toch haar school had afgemaakt. Het kwam door dat laatste pleeggezin. Omdat ze zo overtuigd waren dat het haar niet zou lukken, had ze later uit woede het ene diploma na het andere gehaald. Het leek alsof ze haar alleen in huis hadden gehaald om hun eigen kinderen beter te zien schitteren. Misschien hadden ze dat niet bewust gedaan, dacht ze nu. Vorig jaar had ze toevallig de rouwbrief van de pleegmoeder in de krant gelezen. Het liefst had ze het overlijdensbericht ingekaderd en opgehangen, om er elke dag opgelucht naar te kunnen kijken. Eigenlijk was het toen al begonnen. Maar die groeigesprekken hadden haar genekt.

Wat liep die jongen daar toch te doen op de speelplaats? Ze stond recht en leunde voorover op het bureau om hem beter door het raam te kunnen zien. Wachtte hij op zijn moeder, die hem te laat zou ophalen? Hij keek om zich heen, trok de zwarte kap over zijn hoofd en liep het hoofdgebouw binnen.

Iets in zijn houding en profiel herkende ze. Dries. Het was Dries. Die zat hier toch niet meer op school? Het schijnsel van een zaklamp verraadde dat hij nu rondliep in de gang van het gebouw aan de overkant.  Ze hadden een slechte start gemaakt twee jaar geleden, zij en Dries. Ze had het niet meteen gezien, in zijn harde gezicht, hoe erg hij er aan toe was en had een stap achteruit gezet toen hij te dichtbij kwam staan. Maar ze had zijn blik kunnen vangen.

De gekwetste vogelmeisjes en gewonde roofdierjongens hadden altijd geroken dat ze een van hen was, dacht ze nu.

En nu scheen de zaklamp met Dries eraan in het lokaal van mevrouw Verbist op de eerste verdieping, in  het gebouw aan de overkant van de speelplaats. Nadine Verbist was de reden dat ze ooit serieus had overwogen om van school te veranderen. Ze scheurde nog een reep plastic van de richel bij het raam, waarvan ze de hoeken al losgepeuterd had vanavond.

Dries stak een kaars aan en zette die op het bureau in het lokaal. Zij stak ook het kaarsje opnieuw aan. Even leek hij met zijn handen in de lucht naar haar te zwaaien, maar het was onmogelijk dat hij haar kon zien, van daar beneden. Hij strooide iets in het rond.

En plots stond heel het lokaal van Verbist in lichterlaaie. Ze deinsde achteruit toen de steekvlammen uit het raam schoten. Waar was hij? Het vuur verspreidde zich snel, hij kon er wat van. Het was vreemd en opwindend om naar de vlammen te kijken. Ze kon zich er niet van losrukken. Ze wachtte op het brandalarm, dat maar niet afging. Waar was Dries? Ze zette zich schrap, maar toen zag ze hem op het gelijkvloers de hoofdingang uitrennen. Vanop het midden van de speelplaats keek Dries naar het schouwspel. Hij spreidde zijn armen in de lucht en riep iets, maar ze kon hem niet horen. Zij stak ook haar armen in de lucht. Bijna de gehele linkervleugel aan de overkant stond nu in brand.

Ze wandelde traag de brandtrap af, om niets te missen van de vlammen die de helft van het schoolgebouw in een warme gloed hulden. Bij de fietsenstalling aan de achterkant van de school bleef ze wachten tot ze de vlammen uit het dak zag komen.  Ze verwijderde een voor een de speldjes uit haar dot en schudde haar haren los. De warme zomerwind speelde met haar haren terwijl ze langzaam naar huis fietste. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: